ECLI:NL:RVS:2017:2961
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boeteoplegging wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen na herzieningsverzoek
Appellante kreeg bij besluit van 19 augustus 2014 een boete van €104.500 opgelegd wegens overtreding van de artikelen 2 en 15 van de Wet arbeid vreemdelingen. Na afwijzing van haar herzieningsverzoek en bezwaar, verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat een uitspraak in een zaak tegen een andere werkgever in dezelfde keten een nieuw feit vormde dat herziening rechtvaardigde.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat een rechterlijke uitspraak geen nieuw feit is in de zin van artikel 4:6 Awb Pro, ook niet als deze betrekking heeft op dezelfde feiten. De Afdeling verwees naar eerdere jurisprudentie, waaronder het arrest Byankov van het Hof van Justitie, en concludeerde dat de situatie van appellante niet vergelijkbaar is omdat de boete geen onherstelbare belemmering van Unierechten inhoudt. Ook het beroep op het evenredigheidsbeginsel en het verwijt van excessief formalistisch handelen faalden, mede omdat appellante geen actuele financiële gegevens overlegde.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.