ECLI:NL:RBMNE:2022:6211
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek erkenning beroepskwalificatie kinderopvang
Eiseres heeft op 20 december 2020 een aanvraag gedaan voor erkenning van haar beroepskwalificatie om te mogen werken in de kinderopvang, welke is afgewezen. Zij diende vervolgens een bezwaarschrift in met een verzoek tot herziening, dat door verweerder werd afgewezen vanwege het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden die tot een ander besluit zouden leiden.
Eiseres betoogde dat het besluit evident onredelijk was en dat de formele rechtskracht van het primaire besluit niet aan haar tegengeworpen kon worden, verwijzend naar rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak, de Centrale Raad van Beroep en het arrest Byankov van het HvJ EU. De rechtbank stelde vast dat het verzoek om herziening een nieuwe aanvraag betreft en dat aan de voorwaarden van artikel 4:6 Awb Pro niet is voldaan.
De rechtbank oordeelde dat het besluit niet evident onredelijk is en dat de formele rechtskracht van het besluit van 20 december 2020 niet terzijde kan worden gesteld. De toegang tot de Nederlandse arbeidsmarkt is niet onrechtmatig beperkt, en de situatie van eiseres verschilt van die in het arrest Byankov. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, met als gevolg dat eiseres geen griffierecht of proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar herzieningsverzoek wordt ongegrond verklaard.