ECLI:NL:RVS:2017:3125
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging dwangsombesluit wegens onvoldoende bewijs permanente bewoning recreatiewoning
Het college van burgemeester en wethouders van Opmeer legde een dwangsom van €25.000 op aan de eigenaren van een recreatiewoning wegens vermeende permanente bewoning na een gestelde termijn. De rechtbank vernietigde dit besluit omdat de controles en andere aanwijzingen onvoldoende waren om permanente bewoning aan te tonen.
Het college ging in hoger beroep en voerde aan dat de intensiteit van het gebruik van de recreatiewoning, de vaste telefoonaansluiting en diverse controles voldoende bewijs vormden. De Raad van State overwoog dat de intensiteit van gebruik en de aanwezigheid van een telefoonaansluiting niet doorslaggevend zijn zonder concrete aanwijzingen van hoofdverblijf, zeker omdat de eigenaren elders ingeschreven stonden en persoonlijke omstandigheden het intensieve gebruik konden verklaren.
Ook andere door het college aangevoerde tegenstrijdigheden en bewijsstukken werden onvoldoende geacht om de conclusie van permanente bewoning te ondersteunen. De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond, bevestigde de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, waarbij het dwangsombesluit wordt vernietigd.