Uitspraak
200401923/1) ligt het op de weg van het college om de voor het vermoeden, dat sprake is van overtreding van de planvoorschriften, vereiste feiten vast te stellen. Het is vervolgens aan [appellanten] om dit vermoeden, indien daartoe aanleiding bestaat, te ontkrachten. Bij het ontbreken daarvan dient de rechter in beginsel van de juistheid van het vermoeden uit te gaan.
200901851/1/H1), het feit dat betrokkenen blijkens de gemeentelijke basisadministratie staan ingeschreven op een ander adres dan dat van de recreatiewoning en op het adres waar zij staan ingeschreven niet over zelfstandige woonruimte beschikken, een aanwijzing is dat zij hun recreatiewoning als hoofdverblijf gebruiken, heeft de voorzieningenrechter terecht overwogen dat het college voldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld die het vermoeden rechtvaardigen dat [appellanten] ten tijde van belang hoofdverblijf hadden in de recreatiewoning.