ECLI:NL:RVS:2017:3165
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Lubberdink
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake intrekking verblijfsvergunning en inreisverbod vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 13 augustus 2015 de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van de vreemdeling ingetrokken, haar opgedragen de Europese Unie te verlaten en een inreisverbod opgelegd. De vreemdeling maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door de staatssecretaris ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moest nemen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State. De vreemdeling stelde voorwaardelijk incidenteel hoger beroep in. De Raad van State overwoog dat de intrekking van de verblijfsvergunning terecht was omdat de echtgenoot van de vreemdeling sinds 1 juni 2014 niet meer werkzaam was, waardoor niet aan het middelenvereiste werd voldaan.
Verder oordeelde de Raad dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de intrekking in strijd was met artikel 13 van Pro besluit nr. 1/80, omdat intrekking met terugwerkende kracht niet in strijd is met het Aanvullend Protocol bij de associatieovereenkomst met Turkije. De Raad verklaarde het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling ongegrond, het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.