ECLI:NL:RVS:2017:3204
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit Belastingdienst over terugvordering kinderopvangtoeslag 2014
Appellante maakte in 2014 gebruik van kinderopvang en ontving voorschotten op kinderopvangtoeslag. De Belastingdienst stelde definitief vast dat zij recht had op een lager bedrag dan ontvangen en vorderde het teveel betaalde terug. Appellante stelde dat haar toeslagpartner in 2013 meer uren had gewerkt dan in 2014 en dat de terugvordering haar in financiële problemen bracht, mede door haar schuldsaneringstraject.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat de wet- en regelgeving geen ruimte biedt voor afwijking van het besluit van de Belastingdienst. Appellante voerde in hoger beroep aan dat de Belastingdienst niet bevoegd was het besluit binnen de wettelijke termijn te nemen en dat de berekening onjuist was.
De Raad van State oordeelde dat de termijnoverschrijding niet leidt tot onbevoegdheid zolang het besluit binnen vijf jaar wordt genomen. Ook liet de Raad het nieuwe betoog over de berekening buiten beschouwing omdat dit niet eerder was ingebracht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van de Belastingdienst wordt bevestigd.