ECLI:NL:RVS:2017:3275
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen plaatsing ondergrondse afvalcontainer
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht heeft bij besluit van 18 december 2015 een locatie aangewezen voor het plaatsen van een ondergrondse container voor huishoudelijk restafval (ORAC) nabij de snackbar van appellante. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, maar diende dit te laat in. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
Appellante voerde aan dat zij het besluit en het voornemen niet had ontvangen en pas door de plaatsingswerkzaamheden op 20 juni 2016 op de hoogte was gebracht. De Raad voor de Rechtspraak oordeelde dat het college aannemelijk had gemaakt dat het besluit op het juiste adres was verzonden en dat appellante onvoldoende feiten had aangedragen om ontvangst te betwijfelen.
De Raad stelde vast dat de bezwaartermijn op 19 december 2015 begon en op 4 februari 2016 eindigde, terwijl het bezwaar pas op 23 juni 2016 werd ingediend. De termijn is van openbare orde en kan niet worden overschreden. Het beroep van appellante faalt en wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bezwaar is niet-ontvankelijk wegens te late indiening.