ECLI:NL:RVS:2021:381
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen omgevingsvergunning Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam verleende op 20 augustus 2019 een omgevingsvergunning aan Beleggingsmaatschappij Klaprozenweg Amsterdam B.V. voor een combinatiegebouw met 72 huurwoningen en bedrijfsruimtes. Appellant verzocht op 30 augustus 2019 digitaal om inzage in de vergunningsstukken en diende op 8 september 2019 een klacht in omdat hij de stukken nog niet had ontvangen. Pas op 7 oktober 2019 ontving hij een link naar de stukken en maakte toen bezwaar tegen het besluit.
Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het na de bezwaartermijn was ingediend. De rechtbank Amsterdam bevestigde dit oordeel en stelde dat het klachtformulier niet als bezwaarschrift kon worden aangemerkt. Appellant voerde aan dat het klachtformulier als bezwaarschrift moest worden gezien en dat de termijn op de datum van publicatie van het besluit begon, maar de Afdeling bestuursrechtspraak verwierp deze argumenten.
De Afdeling overwoog dat de bezwaartermijn van openbare orde is en dat appellant voldoende gelegenheid had om tijdig bezwaar te maken, ook als hij nog niet alle stukken had ontvangen. Daarnaast oordeelde de Afdeling dat er geen vergunning van rechtswege was verleend omdat de beslistermijn op verzoek van de aanvrager voor onbepaalde tijd was opgeschort. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar bevestigd.