ECLI:NL:RVS:2017:3279
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit omgevingsvergunning overkapping en erfafscheiding te Velp
Het college van burgemeester en wethouders van Rheden legde appellant een last onder dwangsom op om het zonder omgevingsvergunning geplaatste bouwwerk, bestaande uit een overkapping en een erfafscheiding op zijn perceel in Velp, te verwijderen en verwijderd te houden. Appellant stelde dat voor de erfafscheiding geen vergunning nodig was en dat de overkapping niet in strijd was met wettelijke voorschriften. Tevens voerde hij aan dat handhaving onevenredig en in strijd met het gelijkheidsbeginsel was.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Afdeling bestuursrechtspraak dit oordeel. De erfafscheiding was gebouwd voor de voorgevelrooilijn en overschreed daarmee de vergunningsvrije grenzen. De overkapping overschreed de maximale afmetingen voor vergunningvrij bouwen en was in strijd met het bestemmingsplan.
Het college handhaafde op grond van algemeen belang en een bestendig beleid dat niet wordt gehandhaafd tegen erfafscheidingen die voor 6 januari 2011 zijn geplaatst. De erfafscheiding van appellant was na die datum geplaatst, waardoor handhaving gerechtvaardigd was. De door appellant aangevoerde vergelijkingen met andere percelen faalden. Ook de bezwaren over huurdersbelangen en het ontbreken van zicht op legalisatie werden niet in behandeling genomen wegens niet tijdig ingebracht.
De Afdeling concludeerde dat het college terecht handhavend optrad en bevestigde het bestreden vonnis zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt het handhavingsbesluit en verklaart het hoger beroep ongegrond.