ECLI:NL:RVS:2018:2138
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- F.C.M.A. Michiels
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving tegen illegale bewoning bedrijfsgebouwen door arbeidsmigranten
Appellant verhuurde bedrijfsgebouwen op een bedrijventerrein in strijd met het bestemmingsplan voor bewoning aan arbeidsmigranten. Het college legde een last onder dwangsom op om deze bewoning te staken. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen het besluit tot invordering van de dwangsom.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak. De Afdeling oordeelt dat het college bevoegd was tot handhaving omdat geen concreet zicht op legalisatie bestond. De aanvraag voor een omgevingsvergunning bood geen uitzicht op toestemming, aangezien het college geen medewerking wilde verlenen aan afwijking van het bestemmingsplan.
Verder is het handhavend optreden niet onevenredig, ondanks financiële belangen van appellant en belangen van de arbeidsmigranten. Ook is geen sprake van strijd met het gelijkheidsbeginsel of willekeur. De van rechtswege verleende vergunning trad niet in werking binnen de begunstigingstermijn en vormt geen reden om invordering van de dwangsom te staken. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de handhaving tegen de illegale bewoning wordt bevestigd.