ECLI:NL:RVS:2017:334
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- B.P. Vermeulen
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen door vennootschap
De minister legde een boete van €12.000,- op aan een vennootschap wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), omdat een vreemdeling zonder geldige tewerkstellingsvergunning werkzaamheden verrichtte. De rechtbank Noord-Holland matigde de boete tot €8.000,- en verklaarde het bezwaar van de vennootschap gegrond. De vennootschap ging tegen deze uitspraak in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de minister voldoende bewijs had geleverd dat de vreemdeling ten tijde van de controle geen rechtmatig verblijf had en niet vrij mocht werken. De vennootschap had onvoldoende gedaan om na te gaan of een tewerkstellingsvergunning vereist was en kon zich niet beroepen op uitzonderingen uit het Besluit uitvoering Wav. Ook was geen sprake van schending van de vergewisplicht door de minister.
Verder werd geoordeeld dat de rechtbank terecht geen matiging van de boete had toegepast, omdat de vennootschap niet aannemelijk had gemaakt dat zij alles had gedaan om de overtreding te voorkomen. De vennootschap kon ook geen bewijs leveren dat zij voldeed aan de voorwaarden voor een matiging van 25% volgens de Beleidsregel boeteoplegging Wav 2016. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €8.000,- wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen.