ECLI:NL:RVS:2017:3353
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- S.F.M. Wortmann
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Vergunning voor bouw en exploitatie waterkrachtcentrale Borgharen met visbeschermingsmaatregelen bevestigd
De minister verleende op 1 juli 2015 aan WKC Borgharen een vergunning voor de bouw en exploitatie van een waterkrachtcentrale in de Maas bij Borgharen, inclusief visbeschermingsmaatregelen zoals een vistrap en visgeleidingssysteem. Diverse partijen, waaronder Sportvisserij Nederland en Visstandverbetering Maas, stelden beroep in tegen deze vergunning.
De rechtbank verklaarde de beroepen van deze partijen gegrond en vernietigde het besluit, met uitzondering van het beroep van Eco Energie. De minister en WKC Borgharen gingen in hoger beroep. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte was uitgegaan van een onrealistisch worst-case scenario voor vissterfte en dat de minister aannemelijk had gemaakt dat aan de normen voor maximale vissterfte wordt voldaan.
De Afdeling overwoog dat het visgeleidingssysteem effectief is en dat de vergunningvoorschriften voldoende rechtszekerheid bieden, ook met betrekking tot indirecte vissterfte. Verder faalden bezwaren over milieueffectrapportage, adviesverplichtingen en maatschappelijke functies van de Maas. De Afdeling verklaarde de hoger beroepen gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover het de beroepen van de genoemde partijen betreft, en verklaarde deze beroepen ongegrond, waardoor de vergunning in stand blijft.
Uitkomst: De vergunning voor de bouw en exploitatie van de waterkrachtcentrale Borgharen blijft in stand; de beroepen tegen het besluit worden ongegrond verklaard.