ECLI:NL:RVS:2025:454
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- B.P.M. van Ravels
- C.H. Bangma
- N.H. van den Biggelaar
- Rechtspraak.nl
Raad van State vernietigt watervergunningvoorschriften voor waterkrachtcentrale Linne en past voorschriften aan
De minister van Infrastructuur en Waterstaat verleende op 20 september 2022 een watervergunning aan RWE Generation NL B.V. voor het onttrekken en brengen van water in de Maas via de waterkrachtcentrale (wkc) te Linne. De vergunning bevatte voorschriften gebaseerd op een maximaal aanvaardbare vissterfte van 10% cumulatief voor zalm smolts en schieraal, resulterend in een norm van 5% voor de wkc van RWE. RWE stelde beroep in tegen het besluit, stellende dat de norm niet rechtsgeldig was vastgesteld en dat de voorschriften onredelijk bezwarend en onuitvoerbaar waren.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de minister terecht een ecologisch inzicht heeft gehanteerd in plaats van de vernietigde Beleidsregel. De Afdeling verwierp de bezwaren van RWE tegen de ecologische onderbouwing van de vissterftepercentages en bevestigde dat de vergunning voor bepaalde tijd mocht worden verleend vanwege lopende experimenten. Wel stelde de Afdeling vast dat enkele voorschriften (voorschrift 3, eerste en derde lid, en voorschrift 11) onjuist waren vastgesteld en in strijd met de Awb, en paste deze voorschriften aan in het voordeel van RWE.
De Afdeling concludeerde dat het beroep gegrond is en vernietigde het besluit voor zover het de genoemde voorschriften betreft. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan RWE. De aangepaste voorschriften betreffen het turbinebeheer tijdens het vismigratieseizoen, het bij- en afschakelen van turbines en de stillegging van de wkc tussen 17:00 en 7:00 uur in de periode van 1 oktober tot en met 31 december.
Uitkomst: Het beroep van RWE wordt gegrond verklaard, delen van de vergunning worden vernietigd en aangepast, en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.