ECLI:NL:RVS:2017:3421
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- B.P. Vermeulen
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verwijdering leerling na geweldsincident op school
Het bestuur heeft een leerling definitief verwijderd van school vanwege haar betrokkenheid bij een geweldsincident waarbij een medeleerlinge ernstig gewond raakte. De leerling betrad bovendien het schoolgebouw tijdens een opgelegde schorsing. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen deze verwijdering ongegrond en de leerling stelde hiertegen hoger beroep in.
De Raad van State oordeelt dat de leerling, ondanks haar minderjarigheid, zelf in het geding kan optreden omdat zij tot een redelijke waardering van haar belangen in staat is. Ook is vastgesteld dat zij nog een rechtens te beschermen belang heeft bij de beoordeling van het verwijderingsbesluit, onder meer vanwege de impact op haar eer en goede naam.
De klacht over vermeende partijdigheid van de secretarissen van de bezwaarcommissie wordt verworpen, aangezien deze niet als leden van de commissie gelden en geen persoonlijk belang hadden bij het besluit. Verder is geoordeeld dat het verwijderingsbesluit geen punitieve sanctie inhoudt en dat strafrechtelijke waarborgen zoals de onschuldpresumptie niet van toepassing zijn.
De Raad van State bevestigt dat het bestuur terecht oordeelde dat de leerling betrokken was bij het geweldsincident en dat de verwijdering proportioneel was gezien de verstoring van orde en veiligheid op school. De eerdere strafrechtelijke veroordeling van de leerling voor openlijke geweldpleging ondersteunt dit oordeel. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de verwijdering van de leerling van school wordt bevestigd.