ECLI:NL:RVS:2005:AU0408
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- J. de Koning
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen verplichting medewerking rijvaardigheidsonderzoek
De algemeen directeur van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen legde appellant bij besluit van 19 augustus 2004 de verplichting op om mee te werken aan een onderzoek naar zijn rijvaardigheid en geschiktheid. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat bij besluit van 11 november 2004 ongegrond werd verklaard. De voorzieningenrechter van de rechtbank Maastricht verklaarde het daarop ingestelde beroep eveneens ongegrond.
Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State. Tijdens de procedure werd duidelijk dat het onderzoek inmiddels was afgerond en dat de uitslag geen aanleiding gaf tot ongeldigverklaring van het rijbewijs. Wel werd appellant verplicht deel te nemen aan een Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer (EMA), tegen welke beslissing geen bezwaar was gemaakt en die derhalve onherroepelijk was geworden.
De Raad van State oordeelde dat appellant in het hoger beroep slechts een principieel belang had bij de beoordeling van de verplichting tot medewerking aan het onderzoek. Omdat geen sprake was van een concreet belang of geleden schade, werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.