ECLI:NL:RVS:2019:2613
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Beoordeling uitkering Schadefonds Geweldsmisdrijven bij langdurig seksueel misbruik
Appellante heeft een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven aangevraagd wegens langdurig seksueel misbruik, waarbij sprake was van seksueel binnendringen, een zwangerschap en abortus. De CSG kende een uitkering toe op basis van letselcategorie 4, wat zij passend achtte gezien de duur en ernst van het misbruik. Appellante maakte bezwaar en stelde dat zij recht had op een hogere uitkering volgens letselcategorie 5, vanwege de duur van het misbruik en de zwangerschap.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat de CSG zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat geen verzwarende omstandigheden aanwezig waren die een hogere categorie rechtvaardigen. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft dit oordeel bevestigd in hoger beroep. Zij overwoog dat het beleid van de CSG, waaronder de indicatieve Letsellijst, niet onredelijk is en dat de CSG terecht een langere pleegperiode van minimaal tien jaar als verzwarende omstandigheid beschouwt.
De Afdeling benadrukte dat de Letsellijst een indicatief karakter heeft en dat de beoordeling altijd plaatsvindt op basis van de specifieke omstandigheden van het geval. De zwangerschap en abortus werden meegewogen, maar vormen geen verzwarende omstandigheden zoals bedoeld in letselcategorie 5. Het hoger beroep van appellante werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitkering op basis van letselcategorie 4 wordt bevestigd.