ECLI:NL:RVS:2017:3458
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Lubberdink
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na noodtoestand Ethiopië
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 9 juni 2017 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, die op 10 juli 2017 het beroep gegrond verklaarde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen.
Zowel de staatssecretaris als de vreemdeling stelden hoger beroep in bij de Raad van State. De vreemdeling voerde aan dat de staatssecretaris onvoldoende rekening had gehouden met de noodtoestand in Ethiopië en de risico's die hij als kritisch journalist loopt. De staatssecretaris stelde dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij persoonlijk gevaar loopt.
De Raad van State oordeelde dat het aan de vreemdeling is om feiten en omstandigheden aannemelijk te maken en dat de staatssecretaris terecht het standpunt innam dat de overgelegde stukken niet specifiek op de vreemdeling zien. Wel werd geoordeeld dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom de door de vreemdeling overgelegde bronnen niet relevant waren. Desondanks faalde het hoger beroep van de staatssecretaris en werd de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling. De uitspraak werd op 13 december 2017 in het openbaar uitgesproken door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag en veroordeelt de staatssecretaris tot proceskostenvergoeding.