ECLI:NL:RVS:2017:3489
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding na onrechtmatige rijbewijsbesluiten door CBR
Het geschil betreft het verzoek van appellant om schadevergoeding vanwege onrechtmatige besluiten van het CBR die zijn rijbewijs ongeldig verklaarden en deelname aan een alcoholslotprogramma oplegden, terwijl hij niet in Nederland woonde en derhalve niet verplicht kon worden tot dat programma.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft in hoger beroep het eerdere oordeel van de rechtbank bevestigd dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de gestelde kosten van vervangend vervoer daadwerkelijk en noodzakelijk waren als gevolg van de onrechtmatige besluiten. Hoewel appellant diverse facturen, verklaringen en een overeenkomst overgelegd heeft, ontbrak het aan voldoende detail om de noodzaak en omvang van de kosten te verifiëren.
De Afdeling overwoog dat de bewijslast voor schade en omvang daarvan bij appellant ligt en dat de rechtbank een juiste maatstaf heeft gehanteerd. Het hoger beroep is daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de afwijzing van het verzoek om schadevergoeding wegens onvoldoende aannemelijkheid van de gestelde schade.