ECLI:NL:RVS:2017:3516
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- J.E.M. Polak
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake intrekking ontheffing gasleiding op grond van Wegenverordening
Het college van gedeputeerde staten van Fryslân heeft een in 1959 verleende ontheffing voor een gasleiding gewijzigd en ingetrokken om de gasleiding te verleggen in verband met de aanleg van De Centrale As en een ecologische verbindingszone. De rechtbank oordeelde dat het college niet bevoegd was de ontheffing in te trekken omdat het intrekkingsbesluit geen verkeersbelang diende, maar natuur- en landschapsbelangen die al door andere wetgeving beschermd worden.
In hoger beroep stelt de Afdeling bestuursrechtspraak dat het college wel bevoegd is op grond van artikel 4, tweede lid, in verbinding met artikel 1, tweede lid, van de Wegenverordening om de ontheffing in te trekken ter bescherming van andere belangen dan verkeersbelangen, zoals natuur- en landschapsbelangen, indien die belangen niet adequaat door andere wetgeving worden beschermd. De aanleg van de slenk, die natuurgebieden verbindt, kan alleen plaatsvinden als de gasleiding wordt verlegd, wat alleen via de Wegenverordening mogelijk is.
Gasunie voerde verder aan dat het vertrouwensbeginsel en rechtszekerheidsbeginsel zijn geschonden en dat de belangenafweging onvoldoende rekening hield met de schade die Gasunie lijdt door de verlegging. De Afdeling oordeelt dat het college geen concrete toezeggingen heeft gedaan en dat intrekking van de ontheffing mogelijk is volgens de Wegenverordening. Ook is de belangenafweging toereikend, mede omdat een nadeelcompensatieregeling bestaat waar Gasunie een beroep op kan doen.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van Gasunie tegen het intrekkingsbesluit ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van Gasunie wordt ongegrond verklaard en het intrekkingsbesluit van het college blijft in stand.