Uitspraak
201002921/1/T1/H2, verwoorde criterium ten aanzien van de voorzienbaarheid van schade, biedt onvoldoende aanknopingspunten voor een ander oordeel.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam gaf Eneco aanwijzingen tot het verleggen van leidingen in het kader van het project Markthal, waarbij vergunningen werden ingetrokken. Eneco stelde dat deze besluiten onrechtmatig waren vanwege het ontbreken van volledige schadeloosstelling en het niet naleven van privaatrechtelijke afspraken.
De rechtbank oordeelde dat het college bevoegd was de vergunningen in te trekken, maar dat het onvoldoende onderzoek had gedaan naar de vraag of de schade voor Eneco onevenredig was en niet voor haar rekening mocht blijven. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde dit oordeel en stelde vast dat het college onvoldoende gemotiveerd had waarom de schade niet tot het normale bedrijfsrisico van Eneco behoorde.
Verder werd geoordeeld dat de Leidingenverordening van toepassing is en dat het college niet in strijd heeft gehandeld met het verbod op détournement de pouvoir of het zorgvuldigheidsbeginsel. Het beroep van Eneco werd gegrond verklaard en het besluit van het college vernietigd. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van het college tot aanwijzing en intrekking van vergunningen wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek naar schadevergoeding aan Eneco.