ECLI:NL:RVS:2017:3525
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongeldigverklaring rijbewijs wegens alcoholmisbruik ondanks verweer appellant
Op 18 oktober 2015 werd appellant aangehouden wegens rijden onder invloed met een ademalcoholgehalte van 815 µg/l. Het CBR ontving een melding van de politie en legde een onderzoek op, uitgevoerd door een psychiater en psycholoog. Dit onderzoek leidde tot de diagnose alcoholmisbruik in ruime zin, waarop het CBR besloot het rijbewijs ongeldig te verklaren vanaf 12 juli 2016.
Appellant voerde aan dat het onderzoek onjuist was omdat het gebruik maakte van de DSM-IV-TR criteria in plaats van de DSM-V, en dat de diagnose niet voldoende onderbouwd was. De rechtbank verwierp deze bezwaren, mede omdat appellant geen tegenonderzoek had overlegd. De Raad van State onderschrijft dit oordeel en stelt dat het CBR zich terecht op het verslag heeft gebaseerd.
Verder stelde appellant dat de ongeldigverklaring in strijd was met artikel 6 EVRM Pro vanwege dubbele bestraffing, omdat hij strafrechtelijk was veroordeeld voor hetzelfde incident. De Raad van State bevestigt de vaste jurisprudentie dat de ongeldigverklaring geen strafrechtelijke maatregel is en dat er geen sprake is van dubbele bestraffing.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de ongeldigverklaring van het rijbewijs wegens alcoholmisbruik en verklaart het hoger beroep ongegrond.