ECLI:NL:RVS:2017:3547
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Lubberdink
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vaststelling in hoger beroep dat rechtsgevolgen afgewezen asielaanvraag in stand blijven
De staatssecretaris wees op 26 januari 2016 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moest nemen met inachtneming van de uitspraak.
Zowel de staatssecretaris als de vreemdeling gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep van de vreemdeling als kennelijk ongegrond beoordeeld en het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond verklaard. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte geen aanleiding zag om de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand te laten.
Op basis van eerdere jurisprudentie en het feit dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat er rechtsgrond bestaat voor verlening van de asielvergunning, bepaalde de Afdeling dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit geheel in stand blijven. Tevens werd aan de vreemdeling een vertrektermijn van vier weken toegekend.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd voor zover deze bepaalde dat de rechtsgevolgen van het besluit niet in stand bleven.
Uitkomst: De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit tot afwijzing van de asielaanvraag blijven geheel in stand.