ECLI:NL:RVS:2017:456
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongeldigverklaring rijbewijs wegens misbruik van cannabis ondanks betoog over medicinaal gebruik
Het CBR verklaarde het rijbewijs van appellant ongeldig omdat uit een psychiatrisch onderzoek bleek dat hij misbruik maakte van cannabis. Appellant voerde aan dat zijn cannabisgebruik medicinaal was en dat het CBR ten onrechte zijn rijbewijs ongeldig had verklaard. Hij stelde dat de rechtbank had miskend dat zijn gebruik gelijkgesteld moest worden met medicinaal gebruik en dat het psychiatrisch verslag onvoldoende concludent was.
De Raad van State overwoog dat het gebruik van cannabis voorafgaand aan het onderzoek niet als medicinaal kon worden aangemerkt omdat het niet via een arts en apotheek was verstrekt. Het psychiatrisch verslag bevatte een onderbouwing van de diagnose misbruik van cannabis, gebaseerd op dagelijks gebruik, tolerantie en sociaal probleem. De brief van de behandelend psychiater waarin melding werd gemaakt van verbetering van ADHD-symptomen door cannabisgebruik, weerlegde de diagnose misbruik niet.
De Raad van State oordeelde dat het CBR zich terecht op het psychiatrisch verslag heeft gebaseerd en dat het besluit tot ongeldigverklaring van het rijbewijs terecht was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het besluit tot ongeldigverklaring van het rijbewijs bevestigd.