ECLI:NL:RVS:2017:573
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- D.A.C. Slump
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking verklaring rijvaardigheid wegens vermoedelijke fraude bij praktijkexamen
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) trok op 6 februari 2015 de verklaring van rijvaardigheid van appellante in na een onderzoek naar fraude bij praktijkexamens. Dit onderzoek volgde op een anonieme melding over samenwerking tussen een examinator en diverse rijscholen, waaronder de rijschool van appellante. De politie stelde negen indicatoren op om te bepalen welke kandidaten vermoedelijk onterecht zijn geslaagd. Appellante voldeed aan drie indicatoren, waaronder het afleggen van examen bij de verdachte examinator en via een verdachte rijschool, en een opmerkelijke afstand tussen woonplaats en examenlocatie.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Raad van State bevestigde dit oordeel. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het CBR aannemelijk had gemaakt dat de verklaring ten onrechte was afgegeven, mede gezien aanvullende aanwijzingen zoals het afgenomen garantiepakket en de resultaten van eerdere examens. Appellante voerde aan dat zij het examen op eigen kracht had gehaald en dat het CBR onvoldoende gegevens had verstrekt om zich te verdedigen, maar deze bezwaren werden verworpen.
De Raad van State stelde vast dat het CBR de bewijslast had gedragen en dat de gehanteerde indicatoren en aanvullende feiten voldoende waren om het besluit te rechtvaardigen. Ook werd geoordeeld dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat het CBR één of meer indicatoren ten onrechte had toegepast. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank Limburg bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de verklaring van rijvaardigheid bevestigd.