ECLI:NL:RVS:2017:658
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over terugvordering huurtoeslag na omzetting leenbijstand in algemene bijstand
De zaak betreft het hoger beroep van appellante tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant over de definitieve vaststelling en terugvordering van huurtoeslag over 2014. De Belastingdienst/Toeslagen had de huurtoeslag definitief vastgesteld op €1.324,00 en €2.059,00 aan te veel betaalde voorschotten teruggevorderd, mede gebaseerd op een vastgesteld verzamelinkomen van €27.622,00. Dit verzamelinkomen omvatte ook algemene bijstand die was toegekend na omzetting van een renteloze lening in een bedrag om niet.
Appellante stelde dat deze aanvullende algemene bijstand een nabetaling betrof die op grond van artikel 2b, eerste lid, aanhef en onder b, van het Besluit huurtoeslag buiten beschouwing moest blijven bij het bepalen van het toetsingsinkomen. De rechtbank had dit betoog verworpen, omdat de aanvullende bijstand niet als nabetaling werd beschouwd.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dit oordeel. Zij overweegt dat hoewel algemene bijstand behoort tot de inkomsten als bedoeld in afdeling 3.5 van de Wet IB 2001, de aanvullende bijstand in dit geval geen nabetaling is van inkomsten over een eerder jaar. De aanspraak op deze bijstand ontstond pas in 2014, nadat de inkomsten over 2013 waren vastgesteld, waardoor zij niet buiten beschouwing kan blijven bij de vaststelling van het toetsingsinkomen.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.