ECLI:NL:RVS:2017:724
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen invordering dwangsommen bij afmeren blusboot
De minister van Infrastructuur en Milieu legde op 15 oktober 2015 een dwangsom van €6.000,- op aan verzoeker vanwege het niet beëindigen van het afmeren van een blusboot in de vaarweg, in strijd met artikel 9.03 van het Binnenvaartpolitiereglement. Verzoeker, eigenaar en verhuurder van de blusboot, maakte bezwaar en stelde beroep in tegen de invordering van deze dwangsommen, maar zowel het bezwaar als het beroep werden ongegrond verklaard.
Verzoeker vroeg vervolgens bij de Raad van State om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat de minister tot invordering zou overgaan. Hij stelde dat hij disproportioneel financieel zou worden geraakt en dat de vordering verjaard zou zijn. De voorzieningenrechter oordeelde dat een financieel belang op zichzelf onvoldoende is voor een voorlopige voorziening en dat verzoeker geen aannemelijk bewijs leverde van een acute financiële noodsituatie.
Daarnaast wees de voorzieningenrechter erop dat de vermeende verjaring niet aannemelijk was omdat de minister stuitingshandelingen had verricht en een dwangbevel was betekend. De voorzieningenrechter concludeerde dat er geen spoedeisend belang was en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de invordering van dwangsommen wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.