ECLI:NL:RVS:2017:965
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- E. Steendijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en afwijzing beroep vreemdeling op verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris wees op 24 maart 2015 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 31 mei 2016 het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
Zowel de staatssecretaris als de vreemdeling gingen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep van de vreemdeling kennelijk ongegrond was, omdat de aangevoerde argumenten geen vragen opriepen die beantwoording behoefden in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het hoger beroep van de staatssecretaris was kennelijk gegrond. De Afdeling stelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris ondeugdelijk had gemotiveerd dat er in Libië, met name Benghazi, geen uitzonderlijke situatie bestond die bescherming rechtvaardigt. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak werd op 5 april 2017 in het openbaar gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.