ECLI:NL:RVS:2017:987
Raad van State
- Hoger beroep
- S.F.M. Wortmann
- B.P.M. van Ravels
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning herstel fundering ondanks schade aan aangrenzende woning
Het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad verleende een omgevingsvergunning voor het herstel van de fundering van drie panden te Koog aan de Zaan. Appellant, bewoner van een aangrenzend pand, maakte bezwaar tegen deze vergunning vanwege schade aan zijn woning door trillingen van heiwerkzaamheden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en bevestigde dat het college voldoende maatregelen had getroffen om schade zoveel mogelijk te voorkomen, zoals het voorschrijven van een palenplan, bouwveiligheidsplan en monitoring van trillingen. De toegepaste heimethode werd als trillingsarm beschouwd.
Appellant voerde aan dat de vergunning in strijd was met het Bouwbesluit en dat alternatieve methoden met minder risico's mogelijk waren. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college aannemelijk mocht achten dat bij correcte uitvoering van de vergunning geen schade zou optreden, en dat het feit dat schade is ontstaan niet betekent dat het college onzorgvuldig heeft gehandeld.
Ook werd overwogen dat de mandelige muur tussen de panden weliswaar niet in de aanvraag was opgenomen, maar wel bij de beoordeling was betrokken. Het college had bovendien toegelicht dat de alternatieve methoden ook risico's met zich meebrengen. Het feit dat werkzaamheden soms zonder monitoring werden uitgevoerd betreft een handhavingskwestie en geen grond voor weigering van de vergunning.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning blijft van kracht ondanks de ontstane schade.