ECLI:NL:RVS:2018:104
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- A.B.M. Hent
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens misbruik Wob-bevoegdheid bij verkeersboete
Appellant verzocht op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) om informatie over een aan hem opgelegde verkeersboete. De korpschef verstrekte documenten, maar verklaarde het bezwaar deels ongegrond en deels niet-ontvankelijk. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep niet-ontvankelijk wegens misbruik van bevoegdheid.
Appellant stelde dat de rechtbank ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk had verklaard, maar de Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de Wob niet bedoeld is om informatie te verkrijgen die alleen binnen een procedure tegen de boete kan worden verkregen. Het verzoek strekte niet tot bevordering van een goede en democratische bestuursvoering.
De Afdeling stelde dat appellant misbruik maakte van de Wob-bevoegdheid, mede gelet op zijn kennis en ervaring met verkeersboeteprocedures. Dit misbruik maakte ook het beroep niet-ontvankelijk. De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van bevoegdheid bij het indienen van het Wob-verzoek.