ECLI:NL:RVS:2018:1069
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- H. Troostwijk
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake intrekking verblijfsvergunning wegens niet voldoen aan middelenvereiste
De staatssecretaris heeft bij besluit van 19 mei 2016 de aanvraag van de vreemdeling om verlenging van haar verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen en de vergunning ingetrokken wegens het niet langer voldoen aan het middelenvereiste. Na een ongegrond verklaard bezwaar door de staatssecretaris, verklaarde de rechtbank op 10 april 2017 het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de motivering van de staatssecretaris onvoldoende was, met name over de inspanningen van de vreemdeling en referent om weer zelfstandig in hun levensonderhoud te voorzien.
De Afdeling benadrukte dat de staatssecretaris een individuele belangenafweging moet maken en dat hij in dit geval terecht had vastgesteld dat de vreemdeling en referent onvoldoende inspanningen hadden verricht om werk te vinden. Ook de belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro was naar behoren gemotiveerd, waarbij rekening was gehouden met het gezinsleven en de situatie in Afghanistan.
Uiteindelijk vernietigde de Afdeling het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarmee het besluit van de staatssecretaris stand hield.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning blijft in stand.