ECLI:NL:RVS:2023:393
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- G.T.J.M. Jurgens
- J.M.L. Niederer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving last onder dwangsom voor afmeren blusboot zonder ontheffing
De eigenaar van een blusboot, die deze verhuurt aan een scheepswerf, kreeg van de minister van Infrastructuur en Waterstaat een last onder dwangsom opgelegd om te stoppen met het afmeren van de blusboot langs het droogdok van de scheepswerf in de Maas. Dit was in strijd met het verbod om zonder ontheffing ligplaats in te nemen. De rechtbank verklaarde het beroep van de eigenaar gegrond en vernietigde het besluit van de minister, maar liet de rechtsgevolgen van dat besluit in stand.
In hoger beroep betoogde de eigenaar dat zicht op legalisatie bestond, omdat hij een ontheffing had aangevraagd en dat het afmeren noodzakelijk was voor de bedrijfsvoering van de scheepswerf, waarbij hij een beroep deed op financiële overmacht en gerechtvaardigd vertrouwen. De Raad van State oordeelde dat geen concreet zicht op legalisatie bestaat, mede gelet op eerdere jurisprudentie. Tevens was niet aannemelijk gemaakt dat het afmeren onmisbaar was voor de bedrijfsvoering of dat er sprake was van overmacht.
De Raad van State bevestigde dat de last onder dwangsom duidelijk was en dat handhaving niet onevenredig was gezien het belang van de veiligheid en vlotte doorvaart. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de last onder dwangsom en verklaart het hoger beroep ongegrond.