ECLI:NL:RVS:2018:1207
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- W. Sorgdrager
- E.A. Minderhoud
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bibob-weigeringsgrond bij omgevingsvergunning voor bouwen schuur in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen weigerde een omgevingsvergunning voor de bouw van een schuur op een perceel in Nijmegen, omdat er volgens het college een ernstig gevaar bestond dat de vergunning zou worden gebruikt voor strafbare feiten, gebaseerd op antecedenten van de aanvrager en zijn familie. De rechtbank vernietigde dit besluit, stellende dat de bibob-weigeringsgrond niet toegepast kon worden bij een vergunning voor gebruik in strijd met het bestemmingsplan.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college de bibob-weigeringsgrond terecht toepaste op de bouwactiviteit, ondanks dat de schuur in strijd was met het bestemmingsplan. De Afdeling stelde dat het college de aanvraag voor het bouwplan moest toetsen en dat het feit dat de schuur al was gebouwd geen rol speelt bij de beoordeling van de weigeringsgrond.
De Afdeling beoordeelde vervolgens de inhoudelijke gronden en concludeerde dat het college onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er een ernstig gevaar bestond dat de vergunning zou worden gebruikt voor strafbare feiten. De aanwezigheid van luxe goederen en een wapen in de schuur was onvoldoende om dit gevaar aan te nemen. Daarom werd het besluit vernietigd, maar de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd op andere gronden. Het college moet een nieuw besluit nemen, waartegen alleen beroep bij de Afdeling mogelijk is.
Uitkomst: Het besluit van het college om de omgevingsvergunning te weigeren wordt vernietigd vanwege onvoldoende onderbouwing van ernstig gevaar voor strafbare feiten.