ECLI:NL:RVS:2018:1220
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- G.M.H. Hoogvliet
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit wegens onjuiste kwalificatie bestuurder als overtreder
De minister legde appellant een boete van €3.750 op wegens overtreding van de Arbeidstijdenwet tijdens een controle in november 2014. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellant geen werknemer was en daarom zelf als overtreder kon worden aangesproken.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij noch werkgever noch zelfstandige is en dat de boete daarom onterecht aan hem is opgelegd. De Raad van State beoordeelde dat de normadressaat van de overtreding de bestuurder is, maar dat volgens artikel 8:1, tweede lid, van het Arbeidstijdenbesluit vervoer de werkgever als overtreder wordt aangemerkt indien de bestuurder werknemer is.
De Afdeling oordeelde dat appellant als gevolmachtigd directeur en werknemer van het bedrijf moet worden aangemerkt, omdat hij loon ontvangt en arbeid verricht, ondanks zijn leidinggevende positie. Hierdoor was de boete ten onrechte aan hem persoonlijk opgelegd. Het besluit en de uitspraak van de rechtbank werden vernietigd, en de minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De boete is ten onrechte aan appellant opgelegd omdat hij werknemer is; het besluit wordt vernietigd.