ECLI:NL:RVS:2018:1354
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- H.G. Sevenster
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en beoordeling handelsvergunning Dimethyl fumarate Teva
Teva Pharma B.V. verzocht om een handelsvergunning voor de geneesmiddelen Dimethyl fumarate 30 mg en 120 mg Teva, bedoeld voor de behandeling van psoriasis. Het College ter beoordeling van geneesmiddelen weigerde deze vergunning op grond van onvoldoende bewijs voor een gunstige risico-batenafweging, mede gebaseerd op een Uitvoeringsbesluit van de Europese Commissie dat onderscheid maakt tussen de werkzame stoffen DMF en MEF.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van Teva ongegrond en wees Biogen-entiteiten af als belanghebbenden. Biogen stelde incidenteel hoger beroep in tegen deze afwijzing. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat Biogen GmbH en andere Biogen-entiteiten wel als belanghebbenden moeten worden toegelaten vanwege hun marktpositie en de impact van het Uitvoeringsbesluit.
Teva betwistte de motieven van het College, met name de interpretatie van het Uitvoeringsbesluit en de kwalificatie van MEF als werkzame stof. De Afdeling concludeert dat het College terecht het Uitvoeringsbesluit als leidend heeft genomen en dat Teva onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat dit besluit onjuist is. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van Teva ongegrond, waarbij het College wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van Teva wordt ongegrond verklaard en het College wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.