ECLI:NL:RBDHA:2025:25603
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schorsing eerste typebevoegdverklaring onderhoudsmonteur wegens tekortkomingen OJT
Eiser, een onderhoudsmonteur met een Part-66 Aircraft Maintenance License (AML) en een eerste typebevoegdverklaring, werd geconfronteerd met een schorsingsbesluit van de minister van Infrastructuur en Waterstaat. Dit besluit volgde op een onderzoek naar de praktijkopleiding (On-the-Job-Training, OJT) die eiser bij een onderhoudsbedrijf buiten de EASA-lidstaten had gevolgd. Uit het onderzoek bleek dat de OJT niet voldeed aan de gestelde eisen, wat aanleiding gaf tot een ernstig vermoeden dat eiser niet over voldoende kennis en bedrevenheid beschikte om de bevoegdverklaring uit te oefenen.
Eiser voerde aan dat hij niet tijdig was geïnformeerd over het voornemen tot schorsing, dat de Wet luchtvaart niet van toepassing zou zijn, en dat de OJT door Kiwa en andere autoriteiten was goedgekeurd. Ook stelde hij dat hij sinds het verkrijgen van de bevoegdverklaring zonder problemen werkte en dat de schorsing onevenredig was. De rechtbank oordeelde dat verweerder als bevoegde autoriteit terecht het schorsingsbesluit nam op grond van artikel 2.5 van de Wet luchtvaart, mede gelet op Europese regelgeving en het belang van vliegveiligheid.
De rechtbank stelde vast dat het herbeoordelingsonderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat eiser onvoldoende tegenbewijs had geleverd. Het beroep op het vertrouwensbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel werd verworpen, omdat de schorsingsbevoegdheid te allen tijde kan worden uitgeoefend bij een ernstig vermoeden van onvoldoende kennis. De belangenafweging leidde tot de conclusie dat de schorsing proportioneel was, mede omdat eiser de mogelijkheid kreeg een adequate OJT te volgen om de schorsing op te heffen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om griffierecht en proceskostenvergoeding af. De uitspraak bevestigt het belang van strikte handhaving van luchtvaartveiligheidseisen en de beoordelingsruimte van de bevoegde autoriteit bij het toezicht op onderhoudsmonteurs.
Uitkomst: Het beroep tegen de schorsing van de eerste typebevoegdverklaring is ongegrond verklaard en de schorsing bevestigd.