ECLI:NL:RVS:2018:1371
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- B.J. van Ettekoven
- S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan Oosthavendijk 18 wegens onvoldoende onderbouwing regionale woningbehoefte
De raad van de gemeente Goeree-Overflakkee stelde op 16 maart 2017 het bestemmingsplan Oosthavendijk 18 vast, dat de bouw van 64 woningen mogelijk maakt op een voormalig recreatiepark in Middelharnis. Diverse bewoners en eigenaren van omliggende woningen, waaronder appellanten uit Middelharnis, stelden beroep in tegen dit besluit vanwege onder meer aantasting van woon- en leefklimaat, geluidsoverlast, parkeerdruk, bezonning, en de ruimtelijke kwaliteit.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat appellanten belanghebbenden zijn en ontvankelijk in hun beroep. De kern van het geschil betrof de vraag of de raad het plan terecht had vastgesteld zonder een toereikende beschrijving van de actuele regionale woningbehoefte, zoals vereist door artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en artikel 2.1.1 van de Verordening ruimte 2014.
De raad erkende dat de oorspronkelijke plantoelichting onvoldoende was en leverde een gewijzigde onderbouwing aan, gebaseerd op de Woningbehoefteraming 2016 en een woningbouwprogramma. De Afdeling oordeelde dat deze onderbouwing voldoet aan de wettelijke eisen en dat de overige beroepsgronden, waaronder geluid, bezonning, parkeren, ruimtelijke kwaliteit en financiële uitvoerbaarheid, onvoldoende waren onderbouwd om het plan te vernietigen.
Desondanks werd het besluit vernietigd vanwege de aanvankelijke onvoldoende onderbouwing, maar de rechtsgevolgen van het besluit bleven in stand, zodat het plan uitgevoerd mag worden. De raad werd tevens veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de appellanten.
Uitkomst: Het bestemmingsplan wordt vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing van de regionale woningbehoefte, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.