ECLI:NL:RVS:2018:1389
Raad van State
- Hoger beroep
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over beëindiging gemeentelijke schuldhulpverlening wegens onvoldoende belangenafweging
Het college van burgemeester en wethouders van Helmond beëindigde de gemeentelijke schuldhulpverlening aan appellante wegens het niet naleven van verplichtingen uit het schuldhulpverleningstraject. De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante gegrond, vernietigde het besluit tot afwijzing van bezwaar, maar liet de rechtsgevolgen van dat besluit in stand. Appellante stelde hoger beroep in tegen deze beslissing.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellante wel tekort was geschoten in haar verplichtingen, zoals het niet melden van overstappen naar andere energieleveranciers en telefoonabonnementen, en het aangaan van nieuwe financiële verplichtingen zonder toestemming. Dit was in strijd met de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en de beleidsregels.
Echter, het college had onvoldoende belangenafweging gemaakt en niet onderzocht of beëindiging van de schuldhulpverlening niet tot disproportionele onredelijkheid zou leiden, terwijl appellante nog zes maanden van het traject te gaan had en een ernstige medische situatie had. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard en het deel van de uitspraak van de rechtbank vernietigd dat de rechtsgevolgen in stand liet.
Het college moet opnieuw op het bezwaar beslissen met inachtneming van deze overwegingen. Tevens werd bepaald dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep bij de Afdeling mogelijk is. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover zij de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand liet.