ECLI:NL:RVS:2018:1404
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid asielaanvraag wegens veilig derde land VAE
De vreemdeling, van Syrische nationaliteit, vroeg asiel aan in Nederland. De staatssecretaris verklaarde haar aanvraag niet-ontvankelijk omdat de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) als veilig derde land worden beschouwd en de vreemdeling toegang tot de VAE zou hebben. De rechtbank vernietigde dit besluit en gaf de staatssecretaris opdracht een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep en voerde aan dat hij voldoende had gemotiveerd dat de vreemdeling toegang tot de VAE heeft, onder meer omdat zij eerder verblijfsvergunningen voor de VAE bezat en haar echtgenoot daar legaal verblijft. De vreemdeling kon niet aantonen dat toegang tot de VAE feitelijk onmogelijk was, ondanks pogingen via reisorganisaties een visum te verkrijgen.
De Raad van State overwoog dat de staatssecretaris terecht aannam dat de vreemdeling toegang tot de VAE kan krijgen en dat de vreemdeling onvoldoende bewijs leverde om dit te betwisten. Ook was de motivering over de veiligheid van de VAE als derde land conform eerdere jurisprudentie. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.