ECLI:NL:RVS:2018:1438
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- H.G. Sevenster
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit wegens onterecht opgelegde boete voor terbeschikkingstelling arbeidskrachten
Appellante kreeg een boete van €472.000 opgelegd wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), omdat 59 Kroatische werknemers zonder tewerkstellingsvergunning in Nederland werkten. De rechtbank Rotterdam matigde de boete tot €354.000 en vernietigde het oorspronkelijke besluit. Appellante ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De kern van het geschil betrof de vraag of de dienstverrichting van appellante aan bedrijf C bestond uit het ter beschikking stellen van arbeidskrachten, waarvoor een tewerkstellingsvergunning vereist is. Appellante stelde dat zij een concrete opdracht uitvoerde en zelf verantwoordelijk was voor de uitvoering en het risico, en dat de werknemers onder haar leiding stonden. De staatssecretaris betoogde dat de werknemers feitelijk onder toezicht en leiding van bedrijf B en bedrijf C stonden.
De Afdeling bestuursrechtspraak toetste dit aan het arrest Vicoplus van het Hof van Justitie EU, dat stelt dat terbeschikkingstelling wordt gekenmerkt door het doel van verplaatsing van werknemers en het toezicht door de inlenende onderneming. Uit verklaringen bleek dat bedrijf B en C een sterke controle en leiding hadden over de werknemers en dat de verplaatsing van werknemers mogelijk ondergeschikt was aan de uit te voeren dienst. Er was echter onvoldoende eenduidig bewijs dat de verplaatsing van werknemers het doel op zich was van de dienstverrichting.
De Afdeling concludeerde dat de staatssecretaris niet in zijn bewijslast was geslaagd en dat de boete ten onrechte was opgelegd. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd, en het boetebesluit vernietigd. Tevens werden proceskosten en griffierecht aan appellante toegekend.
Uitkomst: Het boetebesluit wegens vermeende terbeschikkingstelling van arbeidskrachten wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs.