ECLI:NL:RBMNE:2022:2596
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing VOG-aanvraag servicemonteur na zedendelicten wegens bescherming kwetsbare minderjarigen
Eiser vroeg op 2 juli 2021 een verklaring omtrent het gedrag (VOG) aan voor de functie van servicemonteur bij een bedrijf dat mobiliteitsmiddelen voor zorggebruikers repareert. Verweerder weigerde de VOG, omdat eiser binnen de terugkijktermijn veroordeeld was voor meerdere zedendelicten, waaronder seksuele handelingen met minderjarigen en bezit van kinderpornografie. Dit leidde tot toepassing van een verscherpt toetsingskader.
Eiser voerde aan dat het toegepaste screeningsprofiel onjuist was en dat hij in zijn functie geen direct contact met minderjarigen zou hebben, waardoor het objectieve criterium niet zou zijn vervuld. De rechtbank oordeelde echter dat het juiste screeningsprofiel was toegepast en dat het niet uitgesloten kon worden dat eiser in zijn functie één-op-één contact met kwetsbare minderjarigen zou hebben.
Ten aanzien van het subjectieve criterium stelde eiser dat de weigering van de VOG evident disproportioneel was, mede vanwege het lage recidiverisico volgens Reclassering Nederland en het vertrouwen van zijn werkgever. De rechtbank vond dat verweerder terecht het verscherpte toetsingskader had toegepast en dat het belang van de bescherming van kwetsbare minderjarigen zwaarder woog dan het belang van eiser. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de VOG-aanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege het risico op contact met kwetsbare minderjarigen.