ECLI:NL:RVS:2018:1620
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging omgevingsvergunning wegens onvoldoende belangenafweging financiële schade Dunea
Dunea N.V. maakte bezwaar tegen de omgevingsvergunning voor het project Vervoersknoop Bleizo, omdat zij aanzienlijke kosten had moeten maken voor de vervanging van een belangrijke waterleiding (BAL-1). De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde in een tussenuitspraak dat het college het gebrek in de motivering van het oorspronkelijke besluit moest herstellen.
Het college verleende vervolgens een nieuwe vergunning met een aangevulde motivering en verwees naar de Nadeelcompensatieregeling (NKL 1999) als compensatie-instrument. Dunea betoogde dat deze regeling in haar situatie niet toepasbaar was en dat het college onvoldoende onderzoek had gedaan naar de onevenredigheid van de schade.
De Afdeling stelde vast dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom de schade niet onevenredig was en dat een concrete belangenafweging ontbrak. Desondanks liet de Afdeling de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat het college in de nadere reactie aannemelijk had gemaakt dat de kosten binnen het normale bedrijfsrisico vielen en dat er een reële mogelijkheid tot nadeelcompensatie bestaat.
De bestemmingsplannen voor het project Bleizo werden ongegrond verklaard. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan Dunea. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige belangenafweging bij het verlenen van omgevingsvergunningen die financiële gevolgen hebben voor derden.
Uitkomst: De besluiten tot verlening van de omgevingsvergunning worden vernietigd wegens onvoldoende motivering van de belangenafweging, maar de rechtsgevolgen van het laatste besluit blijven in stand.