ECLI:NL:RVS:2014:2943
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking vergunning en aanwijzing verlegging waterleiding Zijdewindestraat Rotterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft Evides N.V. een aanwijzing gegeven om een waterleiding te verleggen in verband met het project Zijdewindestraat, waarbij de schriftelijke toestemming voor het leggen en houden van leidingen gedeeltelijk werd ingetrokken. Evides stelde zich hiertegen op het standpunt dat het college niet bevoegd was tot deze intrekking en dat de belangenafweging onvoldoende was gemaakt.
De rechtbank oordeelde dat het college bevoegd was en dat het belang van een goede inrichting van de openbare ruimte en verbetering van het woon- en leefklimaat zwaarder woog dan het belang van Evides bij het ongestoord laten liggen van haar infrastructuur. De rechtbank vond echter dat het college onvoldoende onderzoek had gedaan naar de schade die Evides leed.
De Raad van State bevestigt de bevoegdheid van het college en oordeelt dat het college terecht van het Handboek Leidingen mocht afwijken na overleg met Evides. De veiligheid en voorzieningszekerheid van het drinkwater worden niet in gevaar gebracht. De Raad van State stelt dat de schade die Evides lijdt niet zodanig groot is dat deze de verlegging in de weg staat, mede gelet op de afschrijvingstermijn van de leidingen en de regeling voor nadeelcompensatie.
Het hoger beroep van Evides wordt ongegrond verklaard. Het hoger beroep van het college wordt gegrond verklaard voor zover het betreft de beoordeling van eerdere aanwijzingen in de belangenafweging. Het beroep tegen het besluit van 27 maart 2014 wordt ongegrond verklaard. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan Evides.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de bevoegdheid van het college tot intrekking van de vergunning en aanwijzing tot verlegging en wijst het hoger beroep van Evides af.