ECLI:NL:RVS:2018:168
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over belanghebbendheid bij Flora- en faunawet ontheffing windpark
Windpark Den Tol Exploitatie B.V. vroeg ontheffing aan van het verbod op het doden en verwonden van dertien diersoorten in het kader van de Flora- en faunawet (Ffw) voor de bouw van een windmolenpark met negen turbines. De staatssecretaris verleende deze ontheffing op 17 maart 2016. Tegen het besluit werd bezwaar gemaakt door omwonenden, die de bezwaarprocedure niet-ontvankelijk werd verklaard vanwege het ontbreken van belanghebbendheid.
De rechtbank Gelderland oordeelde echter dat de omwonenden wel belanghebbenden waren omdat de ontheffing onlosmakelijk samenhangt met de omgevingsvergunning voor het windpark en dat er sprake is van ruimtelijke uitstraling. De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat bij een Ffw-ontheffing de ruimtelijke uitstraling van het gehele project niet relevant is, maar dat moet worden gekeken naar de ruimtelijke uitstraling van de handeling waarvoor de ontheffing is verleend, namelijk het doden en verwonden van dieren. Gezien de afstand van 500 tot 1640 meter tussen omwonenden en windturbines en het geringe aantal verwachte slachtoffers, is er geen sprake van ruimtelijke uitstraling op hun directe woon- en leefomgeving. Daarom zijn de omwonenden geen belanghebbenden en is het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep tegen het niet-ontvankelijkheidsbesluit ongegrond verklaard. Er volgt geen proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet-ontvankelijkheidsbesluit wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.