ECLI:NL:RVS:2018:1720
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.W.M. Bijloos
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vaststelling niet-ontvankelijkheid verblijfsvergunning asiel en vernietiging rechtbankuitspraak
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had bij besluit van 27 december 2017 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk verklaard. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die het beroep gegrond verklaarde en het besluit vernietigde. De staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat de situatie in Mogadishu, Somalië, niet voldoet aan de criteria voor een humanitaire noodsituatie zoals bedoeld in artikel 29 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank had onterecht aangenomen dat de hongersnood in Zuid- en Centraal Somalië ook voor Mogadishu gold, terwijl uit de stukken bleek dat Mogadishu niet door hongersnood was getroffen. Bovendien was niet aannemelijk dat de hongersnood in overwegende mate werd veroorzaakt door handelingen van bij het conflict betrokken partijen, wat noodzakelijk is voor toepassing van het toetsingskader van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
De vreemdeling had geen nieuwe feiten aangevoerd die haar situatie als kwetsbare minderheidsgroep of haar onvermogen om zich in Mogadishu te handhaven aannemelijk maakten. Daarom was het beroep van de vreemdeling ongegrond. De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd in het openbaar uitgesproken op 23 mei 2018.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het niet-ontvankelijkheidsbesluit van de staatssecretaris blijft in stand.