ECLI:NL:RVS:2012:BX7955
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- E. Steendijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning vanwege onvoldoende toetsing humanitaire omstandigheden Somalië
De vreemdeling diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel, die door de minister op 1 november 2011 werd afgewezen. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond, waarna de vreemdeling hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de humanitaire situatie in de provincie Shabelle Hoose, Zuid- en Centraal-Somalië, aanzienlijk was verslechterd door conflicten en de belemmering van humanitaire hulp door Al Shabaab. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) stelt dat de toetsing aan artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer naar deze regio moet plaatsvinden aan de hand van de criteria uit het arrest M.S.S., waarbij gekeken wordt naar het risico op een behandeling in strijd met artikel 3.
De Afdeling stelde vast dat de minister deze toets niet adequaat had toegepast en dat de vreemdeling onvoldoende individuele feiten had gesteld om aannemelijk te maken dat hij persoonlijk een reëel risico loopt op een schending van artikel 3 bij Pro terugkeer. Desondanks werd het besluit vernietigd wegens strijd met artikel 3:46 Awb Pro, maar de rechtsgevolgen van het besluit bleven in stand uit proceseconomische overwegingen.
De minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de vreemdeling. De uitspraak bevestigt het belang van een zorgvuldige en individuele toetsing van humanitaire omstandigheden bij asielaanvragen uit conflictgebieden.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende toetsing aan de criteria van het arrest M.S.S., maar de rechtsgevolgen blijven in stand.