ECLI:NL:RVS:2018:1770
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schadevergoeding wegens gederfd woongenot door omgevingsvergunning fruitteeltbedrijf
Appellant verzocht het college te veroordelen tot vergoeding van schade wegens gederfd woongenot in zijn woning, veroorzaakt door een omgevingsvergunning van 2 mei 2013 voor uitbreiding van een fruitteeltbedrijf annex pluimveehouderij. Hij stelde dat de vergunning leidde tot geluids- en geuroverlast, die de verhuur van zijn woning negatief beïnvloedde.
Het college betwistte de schade en het oorzakelijk verband, stellende dat de geluidbelasting veel lager was dan in vergelijkbare zaken en dat de geurbelasting zelfs was verminderd in latere vergunningen. Appellant voerde aan dat huurders vanwege de hinder de huurprijs hadden verlaagd en dat de woning langere tijd leegstond.
De Afdeling oordeelde dat appellant onvoldoende objectief bewijs had geleverd voor het oorzakelijk verband tussen het besluit en de gestelde schade. De huurkortingen waren voorafgaand aan het besluit overeengekomen en er was geen bewijs dat de verhuurproblemen direct aan het besluit konden worden toegeschreven. Daarom werd het verzoek afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en het besluit werd in het openbaar uitgesproken op 30 mei 2018.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wegens gederfd woongenot wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van schade en oorzakelijk verband.