ECLI:NL:RVS:2018:1836
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- F.C.M.A. Michiels
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling sluiting woning wegens ernstige overlast en brandstichting
De burgemeester van Rotterdam sloot op 29 oktober 2015 een woning vanwege ernstige overlast en een brand die op die datum uitbrak. De rechtbank Rotterdam vernietigde dit besluit, stellende dat de burgemeester onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van een ernstige bedreiging van de veiligheid en gezondheid die niet met minder ingrijpende maatregelen kon worden bestreden.
De Raad van State oordeelt dat de burgemeester terecht heeft gehandeld. Uit het politie- en brandweerrapport blijkt dat de brand van 27 oktober 2015, samen met eerdere branden in 2012, ernstige overlast en gevaar voor de omgeving veroorzaakten. Hoewel strafrechtelijke bewijsvoering voor brandstichting ontbrak, is het aannemelijk dat de branden verband houden met gedragingen in de woning, waarvoor de bewoner verantwoordelijk was.
De Raad stelt vast dat de overlast en het gevaar voor omwonenden zodanig ernstig waren dat onmiddellijke sluiting gerechtvaardigd was en dat minder ingrijpende maatregelen onvoldoende waren. De eerdere branden uit 2012 mochten bij de besluitvorming worden betrokken. Het hoger beroep van de burgemeester wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep ongegrond verklaard.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak bevestigt het belang van een strenge toetsing van overlastsituaties waarbij de veiligheid en gezondheid van de omgeving ernstig worden bedreigd.
Uitkomst: Het beroep van de burgemeester wordt gegrond verklaard en het besluit tot sluiting van de woning bevestigd.