ECLI:NL:RVS:2018:1906
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf vreemdeling en minderjarig kind
De vreemdeling heeft samen met haar minderjarig kind een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf, welke door de staatssecretaris op 21 april 2016 is afgewezen. Na een bezwaarprocedure handhaafde de staatssecretaris het besluit bij besluit van 12 januari 2017. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat de staatssecretaris niet overeenkomstig zijn nieuwe vaste gedragslijn onofficiële documenten heeft betrokken bij de beoordeling van de identiteit en familierelatie van de vreemdeling. Hierdoor was de motivering van het afwijzingsbesluit ondeugdelijk. De grieven van de vreemdeling slaagden derhalve en het hoger beroep werd kennelijk gegrond verklaard.
De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, evenals het besluit van 12 januari 2017. De Afdeling verklaarde het beroep gegrond en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. Hiermee werd het besluit van de staatssecretaris vernietigd wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris tot afwijzing van de aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf is vernietigd en het beroep gegrond verklaard.