ECLI:NL:RVS:2018:1909
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf vreemdeling
De vreemdeling diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf, welke op 7 november 2016 door de staatssecretaris werd afgewezen. Na een bezwaarprocedure en een beroep bij de rechtbank, waarbij het beroep werd afgewezen, stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat de staatssecretaris bij de beoordeling van de aanvraag niet de nieuwe vaste gedragslijn had gevolgd zoals vastgesteld in eerdere uitspraken van 16 mei 2018. Met name had de staatssecretaris geen onofficiële documenten betrokken bij de beoordeling van de identiteit en familierelatie van de vreemdeling, wat in strijd was met de nieuwe gedragslijn.
De Afdeling concludeerde dat het besluit ondeugdelijk was gemotiveerd en vernietigde het besluit van 25 april 2017. Tevens werd het hoger beroep gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling ter hoogte van €1.503,00, zonder vergoeding van griffierecht.
Deze uitspraak bevestigt het belang van correcte toepassing van beleidslijnen door bestuursorganen bij vreemdelingenzaken en benadrukt de noodzaak van een deugdelijke motivering bij afwijzingen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt vernietigd.