ECLI:NL:RVS:2018:1926
Raad van State
- Hoger beroep
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing persoonlijke betalingsregeling wegens grove schuld bij terugvordering kinderopvangtoeslag
Appellante heeft een verzoek ingediend voor een persoonlijke betalingsregeling voor de terugvordering van kinderopvangtoeslag over de jaren 2009 tot en met 2012. De Belastingdienst/Toeslagen wees dit verzoek af wegens grove schuld, omdat appellante niet tijdig de gevraagde bewijsstukken, zoals betaalbewijzen en bankafschriften, heeft aangeleverd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en bevestigde het maandelijkse betalingsbedrag van € 5.295,00 over 24 maanden.
In hoger beroep betoogde appellante dat de rechtbank onvoldoende rekening had gehouden met haar persoonlijke omstandigheden en dat zij wel stukken had aangeleverd, maar de Belastingdienst telkens nieuwe documenten vroeg. Zij wees ook op het faillissement van gastouderbureaus en haar financiële situatie als alleenstaande moeder die werkte.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellante als aanvrager verantwoordelijk is voor het overleggen van juiste documenten en dat het niet aanleveren van betaalbewijzen leidt tot terugvordering. Het faillissement van gastouderbureaus ontslaat haar niet van deze verplichting. De Afdeling bevestigde dat bij grove schuld geen persoonlijke betalingsregeling op basis van draagkracht mogelijk is en dat de volledige schuld binnen 24 maanden moet worden voldaan. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van de persoonlijke betalingsregeling wegens grove schuld bevestigd.